|
Hoewel deze aanvankelijk voor militaire toepassing werden ontwikkeld, zijn ze ook interessant voor |
| A. | Opsporingsinstanties als politie, douane, AID, jachtopzieners etc. |
| B. | Jagers, die er in de schemering wildtellingen mee uitvoeren. |
| C. | Scheepvaart en watersport. |
| D. | Natuuronderzoekers die er het diergedrag mee bestuderen of er nachtelijke inventarisaties mee verrichten. De ornitholoog kan er b.v. waterwildtellingen mee doen of het gedrag van nachtvogels als uilen en nachtzwaluwen mee observeren. Ook het fotograferen door een geschikte nachtkijker is mogelijk. Voor natuuronderzoek gaan we het liefst uit van een kijker met een minstens drievoudige vergroting. |
|
Nachtzichtkijkers kunnen we in twee hoofdgroepen verdelen. |
| A. | De actieve systemen waarbij het onderwerp met infrarood (IR) licht wordt verlicht en door een INFRAROODKIJKER wordt geobserveerd. Deze beeldconvertors rekent men tot de generatie nul. |
| B. | De passieve systemen waarbij alleen van het aanwezige (rest)licht gebruik wordt gemaakt en waarbij dit door een zogenaamde RESTLICHTVERSTERKER enkele duizenden keren wordt versterkt. Het zijn de instrumenten van de eerste, tweede en derde generatie. |
INFRAROODKIJKERS
Dit is het oudste systeem, ook generatie 0 genoemd, dat
vooral tijdens en na de tweede wereldoorlog tot ontwikkeling is gekomen. Aanvankelijk
werden infraroodkijkers voornamelijk voor militaire doeleinden gebruikt. Omdat
vijandelijke troepen ook over dergelijke apparatuur beschikken verraadt men
z'n positie zodra de IR-schijnwerper wordt ontstoken. Mede omdat er meer nadelen
aan dit systeem zijn verbonden, worden de meeste militaire infraroodkijkers
thans vervangen door passieve restlichtversterkers. Aanzienlijke aantallen IR-kijkers
worden thans voor en fractie van de kostprijs aangeboden. Twee kijkers van dit
type worden hierna besproken, de Duits-Nederlandse FERO 51 en de Russische PROMIN
PN-3.
| Hoewel IR-kijkers goed door natuuronderzoekers zijn te gebruiken, hebben ze slechts twee belangrijke voordelen boven goede restlichtversterkers. |
| A. | Ze zijn ook bij volslagen duisternis te gebruiken. |
| B. | Ze zijn (in gebruikte toestand) aanmerkelijk goedkoper. |
| Verder hebben ze alleen nadelen t.o.v. restlichtversterkers zoals: |
| A. | Het bereik is beperkt en wordt grotendeels bepaald door de capaciteit van de lichtbron. |
| B. | Voorwerpen op de voorgrond ontvangen meer licht dan die op de achtergrond. Een donkere boomstam zal daarom licht tegen de donkere achtergrond afsteken waardoor een onnatuurlijk negatief effect ontstaat. |
| C. | Voorwerpen op de voorgrond overstralen het beeld zodat het onmogelijk is om b.v. door takken te kijken naar daarachter gelegen voorwerpen. Daarom kan men met een IR-kijker ook niet door de nevel zien. Men zou daarvoor de schijnwerper op enige afstand van de kijker moeten plaatsen. |
| D. | Verschillende materialen en pigmenten worden vaak als één grijswaarde weergegeven waardoor een weinig contrastrijk beeld ontstaat. Sommige pigmenten reflecteren zelfs al het IR-licht waardoor ze tegen een lichte achtergrond onzichtbaar worden. (Afbeelding 04) |
| E. | Omdat de schijnwerper meestal dicht bij de kijker is geplaatst ontstaat er weinig schaduwvorming hetgeen eventueel reliëf in het onderwerp minder zichtbaar maakt en waardoor dit nog vlakker lijkt. |
| F. | Om een redelijk groot bereik te krijgen is een krachtige lichtbron nodig met lampen van min. 20 Watt en dit vereist een vrij zware accu. Infraroodkijkers zijn dus veel zwaarder en omvangrijker dan restlichtversterkers. |
De werking van een IR-kijker
Afbeelding
01 laat schematisch de werking van een IR-kijker zien. Het voorwerp wordt
d.m.v. een schijnwerper met onzichtbaar IR-licht beschenen. Het kijkerobjectief
vormt van dit voorwerp een IR-beeld op de fotokathode die bestaat uit een mengsel
van zilver en cesiumoxide.
De fotokathode is gevoelig voor IR-licht tot een golflengte
van ca. 1250 Nm (nanometer) welk licht voor ons oog geheel onzichtbaar is. Het
menselijk oog is alleen voor golflengten tussen 380 en 780 Nm gevoelig. De lichtdeeltjes
(fotonen) die de kathode treffen maken daaruit negatief geladen elektronen vrij.
Omdat er een hoge gelijkspanning van ca. 15.000 Volt heerst, bewegen de elektronen
zich met grote snelheid naar de anode en worden daar door een elektrostatisch
veld op het fosforscherm gefocusseerd waarbij de anodekegel een grote rol speelt.
Evenals ons TV- of computerscherm, licht het anodescherm daardoor op en ontstaat
er een zwart-wit beeld van het voorwerp. Dit beeld bekijken we tenslotte door
het oculair dat als een loep fungeert. Omdat het menselijk oog 's nachts het
meest gevoelig is voor groen licht heeft men voor het beeldscherm een groene
kleur gekozen. In afbeelding
02 zien we hoe een convertorbuis er in werkelijkheid uit ziet.
| Als infrarood lichtbron voor een IR-kijker kennen we verschillende mogelijkheden. |
| A. | Een gloeilamp met reflector waarvoor een IR-filter is geplaatst. Dit is meestal de beste oplossing wegens de relatief grote reikwijdte. Onder andere de FERO 51 werkt met dit systeem. Men kan de constructie eventueel zelf maken van een autoschijnwerper met halogeenlamp waarvoor het IR-filter wordt geplaatst. Zelfs een krachtige zaklantaarn kan daarvoor dienst doen. |
| B. | Een infrarood-LED (Light Emitting Diode) waarvan de lichtstraal door een lenzenstelsel gebundeld kan worden. De PROMIN PN-3 is hiermee standaard uitgerust. Het bereik is vrij gering (tot ca. 30 m.) maar de LED gebruikt zo weinig energie dat deze uren lang op een batterij kan branden. |
| C. | Een IR-laser met een zeer nauwe lichtbundel. De CYCLOP-M1 is met een laserdiode uitgerust waarvan het bereik ca. 50 m. bedraagt. De laser licht slechts een klein deel van het gezichtsveld uit en is bovendien gevaarlijk voor de ogen. Het infrarode laserlicht is onzichtbaar en heeft al schade aangericht voordat men het bemerkt. Niet gebruiken dus. |
Zijn digitale camera's als infraroodkijker te gebruiken?
De CCD's van deze camera's zijn eveneens gevoelig voor het
zeer nabije infrarood. Gewoonlijk plaatst men voor de CCD een filter om te voorkomen
dat het beeld met IR-licht wordt "verontreinigd". Bij sommige foto-
en videocamera's kan dit filter worden weggeklapt en kan er met een IR bijverlichting
in het donker worden gefotografeerd. Zo is b.v. de Sony Cyber-shot F 717 voorzien
van twee IR-leds die helaas in het donker als twee gloeiende ogen te zien zijn
terwijl bovendien het bereik slechts enkele meters bedraagt. Deze camera is
dus in de zogenaamde "nightshot mode" niet geschikt voor het fotograferen
van schuwe nachtdieren. Zelfs met bijverlichting van een "echte" sterke
IR-schijnwerper blijft het bereik beperkt tot hooguit 10 m. Het is jammer dat
de CCD niet wat gevoeliger is voor het diepere infrarood en dat we voor het
echte nachtwerk een andere oplossing moeten zoeken.
RESTLICHTVERSTERKERS
De constructie van de versterkerbuis komt grotendeels overeen
met die van de IR-beeldconvertor. Voor de fotokathode wordt echter een mengsel
van zilver, cesium, kalium en natrium gebruikt dat de lichtgevoeligheid aanmerkelijk
verhoogt. Het zichtbare licht wordt ca. 100x versterkt terwijl de gevoeligheid
voor het wat diepere infrarood geringer is. Men kan de versterking nog verder
opvoeren door de diameter van de kathode groter te kiezen dan die van het anodescherm.
Dit gaat echter ten koste van de beeldscherpte. Deze versterkers van de eerste
generatie zijn in het open veld bij volle maan goed te gebruiken hoewel een gewone
lichtsterke verrekijker onder die omstandigheden vaak nog meer detail te zien
geeft. Bij een bewolkte hemel is er vaak al geen licht genoeg en moeten we een
bijverlichting inschakelen. Veel van deze instrumenten zijn dan ook uitgerust
met een IR-lichtbron zodat ze als een soort IR-kijker gebruikt kunnen worden.
Helaas zijn de eerste generatie kijkers alleen gevoelig voor het zeer nabije infrarood
(tot ca. 850 Nm) hetgeen betekent dat de lichtbronnen die we bij echte infraroodkijkers
toepassen, hier onbruikbaar zijn. Het verlichte onderwerp is dan wel onzichtbaar,
maar wie rechtsreeks in de lichtbron kijkt, ziet deze als een rood fietsachterlicht
en soms zelfs als een remlicht van een auto. De eerste-generatie-kijkers zijn
dus ongeschikt voor het observeren van schuwe nachtdieren en evenmin voor opsporingsdoeleinden.
Na de "Wende" kwamen aanzienlijke aantallen van
deze Russische restlichtversterkers op ons af die zelfs beneden de € 100.=
werden aangeboden. Het waren voornamelijk kijkers van de eerste generatie, van
slechte kwaliteit en met een zichtbare lichtbron. De instrumenten gingen vaak
stuk en er was niemand die ze kon of wilde repareren. Om ze beter te kunnen verkopen
werden sommige typen voorzien van Engelse namen en opschriften, maar de koop werd
voor velen een teleurstelling.
Een goede kijker van de tweede generatie waar je iets aan hebt, kost altijd nog
tussen € 2000.= en € 5000.=
In dit verslag bespreek ik slechts één van de minst slechte typen,
de CYCLOP-M1.
Toch is het mogelijk met eerste-generatie-kijkers een acceptabele
versterking te krijgen. Men plaatst daarbij meerdere versterkers achter elkaar.
De hierna besproken Amerikaanse AN/PVS-2 werkt bijvoorbeeld met een drietraps
versterking waarbij een interne versterkingsfaktor van meer dan 50.000x wordt
verkregen. Deze instrumenten zijn echter lang, zwaar en vrij onhandelbaar. Bovendien
ontstaat er een enorme kussenvormige vertekening en een lichtafval naar de randen
(afbeelding
03) .
Men heeft echter nog een andere methode gevonden om de elektronenstroom
te versterken. Uitgaande van een eerste generatie versterker, plaatst men voor
het fosforscherm een zogenaamde microkanaalplaat, dit is een ca. 0,5 mm. dik
plaatje voorzien van meer dan twee miljoen haardunne kanaaltjes. Zodra een van
de kathode afkomstig elektron een kanaaltje treft, maakt dit daaruit meerdere
elektronen vrij, waardoor de versterking ontstaat. Hiermee is de tweede generatie
restlichtversterkers geboren met betere beeldkwaliteit, lager gewicht en kleinere
afmetingen. De techniek is inmiddels verder ontwikkeld en thans spreekt men
ook over de generaties twee plus en twee super.
Door het toepassen van gallium-arsenide voor de fotokathode
wordt de lichtgevoeligheid nog verder verhoogd terwijl deze ook wat dieper in
het infrarood dringt. Deze derde generatie versterkers is echter nog aanmerkelijk
duurder dan die van de tweede generatie terwijl de twee super, qua prestaties,
maar nauwelijks daarvoor onder doet.
In dit verslag worden vier versterkers van de tweede generatie besproken en
twee van de derde.
Niet aan de orde komen de hybride versterkers waar b.v. een eerste en een derde
generatie worden gecombineerd. Evenmin worden de thermische kijkers besproken
daar deze nog erg duur zijn.
Beveiliging en levensduur
Beeldversterkers hebben niet het eeuwige leven. Omdat de
lichtdeeltjes (fotonen) voortdurend elektronen uit de fotokathode vrij maken
en omgekeerd positief geladen ionen de kathode bombarderen, loopt de kwaliteit
daarvan op de duur terug. Na 10.000 uren hebben de versterkers van de derde
generatie nog ca. 50% van hun aanvankelijke gevoeligheid. Bij de tweede generatie
is dit na ca. 2000 uren het geval terwijl de eerste-generatie-kijker al na ca.
1000 uren tegen z'n eind loopt. Een grote boosdoener is fel daglicht dat nooit
op de fotokathode mag vallen, ook niet als de apparatuur is uitgeschakeld. De
meeste moderne kijkers schakelen automatisch uit bij een te hoog verlichtingsniveau.
(HLC = High Light Cutoff )
Bij sommige 2° en 3° generatie versterkers wordt de helderheid van het
beeldscherm automatisch constant gehouden. ( ABC = Automatic Brightness Control).
Het beeld blijft dus steeds even helder maar naarmate de lichtintensiteit afneemt,
ontstaat er meer ruis. Dit gaat door totdat in totale duisternis het gehele
beeld is "dichtgesneeuwd" en er geen detail meer is waar te nemen.
Welke prestaties mogen we van nachtzichtsystemen verwachten?
| De hoeveelheid detail die we in het donker met een nachtkijker kunnen waarnemen is afhankelijk van vele parameters zoals o.a. : | |
| 1. | Het verlichtingsniveau van het onderwerp. |
| 2. | De golflengten van het licht waarmee het onderwerp wordt beschenen. |
| 3. | De aard van het materiaal waaruit het onderwerp bestaat. |
| 4. | De contrastverschillen in het onderwerp. |
| 5. | De afstand tot het onderwerp en de lichtdoorlatendheid van de luchtlagen waar we doorheen kijken. |
| 6. | Luchttrillingen t.g.v. verwarming. |
| 7. | De vergrotingsfaktor van de kijker. |
| 8. | De correctietoestand en lichtdoorlatendheid van objectief en oculair. |
| 9. | De versterkingsfaktor van de beeldversterker. |
| 10. | De signaal-ruisverhouding van de versterker. |
| 11. | De diameter van fotokathode en anodescherm. |
| 12. | De automatische helderheidsregeling van het beeldscherm. |
In documentatiemateriaal van fabrikanten staan vaak slechts de
specificaties van enkele van deze parameters. Zo zegt een inwendige versterkingsfaktor
van 20.000x nog niets over de uiteindelijke prestatie van het gehele instrument.
Daarom heb ik resolutietests uitgevoerd met de hier besproken apparatuur onder
dezelfde omstandigheden in het open veld met een zwart-wit testkaart. Vrijwel
alle hierboven genoemde parameters zijn daarin verdisconteerd. De testprocedure
is uitgevoerd bij verschillende verlichtingsniveaus op een maanloze nacht in
de maand juli bij een onbewolkte hemel. Omdat de verlichtingssterkte uitgedrukt
in Lux weinigen zal aanspreken, werd bij de proeven uitgegaan van de tijd na
zonsondergang waarbij het dus steeds donkerder werd. De test werd gestart bij
een verlichtingssterkte van 3 Lux (3 kwartieren na zonsondergang) waarbij de
krant net niet meer is te lezen.
In afbeelding
05 zijn de resultaten van restlichtversterkers samengevat waarbij de resolutie
(in boogseconden) is afgezet tegen de tijd (= verlichtingssterkte). Ter vergelijking
is ook de grafiek opgenomen van de infraroodkijker FERO 51 waarbij de afstand
tot de testkaart 30 m. bedroeg.
De grafieken zijn vooral bedoeld om de karakteristiek van de verschillende instrumenten
te kunnen vergelijken. Opgemerkt moet worden dat bij gebruik van andere testmiddelen
(b.v. reflecterende kentekenplaten) andere resultaten worden verkregen.
In de literatuur wordt graag gesproken over
het bereik van een restlichtversterker. Volgens sommige auteurs zou het bereik
niet groter zijn dan ca. 200 m. Dat is klinkklare onzin! Het hangt er helemaal
van af wát je wilt zien. Met de PVS-2 kan ik de helderste manen van Jupiter
nog zien en vanaf een hoog gelegen waarneempunt zie ik op maanlichte nachten
duidelijk kerktorens e.d. op 12 km. afstand. Een mens of ree zie je op 200 m.
nog lopen maar het verschil tussen Bosuil en Ransuil is pas op ca. 15 m. zichtbaar.
Vergeleken met verrekijkers is de beeldscherpte van nachtzicht-apparatuur maar
bedroevend slecht. De afbeeldingen 07, 08 en 09 laten dat duidelijk zien. We
gebruiken deze instrumenten dan ook meestal om bewegingen waar te nemen of om
diergedrag te bestuderen en niet om alle details goed te kunnen onderscheiden.
In afbeelding
07 werd een (opgezette) Houtsnip gefotografeerd, zowel overdag met een digitale
camera (waarbij de rijke detaillering van de veren goed zichtbaar is), als 's
nachts waarbij deze camera achter een restlichtversterker is geplaatst. De vogel
was in de schemering met het blote oog niet meer te zien. Om een vergelijking
mogelijk te maken werd per computer in (B) de kleurinformatie verwijderd en
de resolutie tot 1/6 van de oorspronkelijke terug gebracht. Zelfs dan is de
detailweergave van de restlichtversterker (C) nog minder dan bij (B). Bij (D)
was het lichtniveau zo gering dat met de restlichtversterker nog nauwelijks
detail was te zien. Een IR bijverlichting deed de versterker als IR-kijker fungeren.
De detailweergave is dan nog slechter dan bij (C) wegens ongelijke reflectie
van de verschillende pigmenten in het verenkleed van de vogel.
In afbeelding
08 werd dezelfde proef gedaan met een op 50 m. afstand geparkeerde auto
in een bos met een matig dicht bladerdek. De gebruikte restlichtversterker (AN/PVS-2)
geeft tot ca. 1 uur na zonsondergang nog een prima beeld waarbij zelfs het kenteken
is af te lezen. De auto is met het blote oog dan niet meer te zien. Ca. 2 uren
na zonsondergang is de auto met de kijker nog te zien maar zijn er geen details
meer waar te nemen. Met ingeschakelde IR-verlichting neemt de detailweergave
duidelijk toe zodat het kenteken weer is te zien. Helaas betreft het hier een
zichtbare IR-lichtbron.
Een 5 Mpix digitale camera heeft een minstens 6x hogere resolutie dan een goede
restlichtversterker van de tweede generatie, uitgaande van dezelfde vergroting
op het beeldscherm.
Zoals reeds opgemerkt zijn de 1° generatie versterkers nauwelijks geschikt
voor dierstudie. Met de 2° en 3° generatie kom je een stuk verder, behalve
bij maanloze heldere nachten. Sterrenlicht alleen is niet voldoende voor een
tweede generatie kijker. Dit dus in tegenstelling tot hetgeen soms in documentatiemateriaal
wordt beweerd. Ga ook nooit alleen af op de specificaties maar vertrouw slechts
op eigen waarneming in het veld.
Bij volle maan is er in het open veld altijd voldoende licht, ook bij volledige
bewolking. Vossen- en Dassenburchten bevinden zich meestal in een bos onder
een bladerdek. Bij halve maan is het waarnemen met een 2° generatie kijker
dan al problematisch en zijn we op een infraroodkijker aangewezen want de bijverlichting
van 2° gen. kijkers is voor die dieren meestal zichtbaar. De gevoeligheid
van de fotokathode gaat helaas niet ver genoeg in het IR-gebied. Bij maanloze
nachten wordt het vaak een stuk lichter zodra er bewolking over trekt, en we
hebben dan meestal voldoende licht in het open veld. Dit wordt veroorzaakt door
de stadsverlichting die in ons dicht bevolkte landje tegen de onderzijde van
de wolken reflecteert.
Bij infraroodkijkers is de resolutie slechts afhankelijk van
de prestaties van de kijker, het verlichtingsniveau van de testkaart (dus de
capaciteit van de schijnwerper) en de lichtdoorlatendheid van de lucht. De test
werd uitgevoerd bij helder weer met lage luchtvochtigheid. Bij nevelig weer
is er
wegens reflectie met een IR-kijker niet goed waar te nemen. In afbeelding
06 zijn de resultaten te zien van twee echte infraroodkijkers met onzichtbare
lichtbron, twee restlichtversterkers waarbij een zichtbare IR-lichtbron is gebruikt
en de Swarovski tweede generatie kijkers met onzichtbare verlichting. De verlichtingssterkte
op de testkaart neemt af met het kwadraat van de afstand tot die kaart en de
resolutie is daarmee evenredig. De grafieken vertonen daarom ongeveer een parabolisch
verloop. De lichtstralen van de FERO 51 en de CYCLOP M1 zijn zo sterk gebundeld
dat de grafieken tot 100 m. vrijwel rechtlijnig verlopen.
We zijn bij infraroodkijkers uiteraard niet afhankelijk van de buitenverlichting,
maar geheel op onze schijnwerper aangewezen. Bij helder weer is met de FERO
51 een mens of een ree op 200 m. afstand nog goed te zien en een bewegende haas
op 100 m. Op deze afstand is ook de reflecterende kentekenplaat van een auto
nog af te lezen. Een Bosuil is op ca. 60 m. nog te herkennen als uil maar pas
op ca. 20 m. als soort te determineren, waarbij de grote reflecterende ogen
van deze nachtdieren zeer opvallen en dit vrij felle licht het beeld soms overstraalt.
Verkrijgbaarheid van de apparatuur
Het is erg moeilijk een goed overzicht te krijgen van hetgeen
er op nachtzicht-gebied in ons land verkrijgbaar is. Blijkbaar is de materie
daarvoor te specialistisch.
Infraroodkijkers worden nog nauwelijks nieuw aangeboden. Goede kijkers als de
FERO 51 worden door de militaire instanties vervangen door restlichtversterkers
en belanden dan voornamelijk bij dumpzaken voor militaire elektronica.
Restlichtversterkers van de eerste generatie en de infraroodkijker PROMIN PN-3
kwamen na de "Wende" in vrij grote aantallen op de markt. Niet alleen
in dumpzaken maar ook op rommelmarkten en beurzen waar ze vooral door Poolse
handelaren te koop werden aangeboden. Ook bij fotozaken, watersportwinkels,
verzendhuizen en jachtzaken kon je deze spullen aantreffen. In het algemeen
is de apparatuur slecht van kwaliteit en ongeschikt voor natuuronderzoek. Alleen
de PROMIN is zodanig om te bouwen dat je er iets aan kunt hebben.
Serieuze restlichtversterkers van de 2° en 3° generatie vind je niet
op rommelmarkten maar zijn slechts via de reguliere handel verkrijgbaar. Zo
is de apparatuur van Zeiss, Swarovski en ITT o.a. door de geautoriseerde dealers
van die merken leverbaar.
De restlichtversterkers van DEDAL en CYBER EYE worden in ons land geleverd door
Gero Trading te Enschede. Helaas waren niet alle importeurs van nachtzichtsystemen
bereid hun apparatuur tijdelijk voor een test af te staan. Zo is Delft Sensor
Systems geheel gericht op de professionele markt en niet geïnteresseerd
in particuliere toepassing. De producten van ITT zijn bovendien wegens de geringe
vergroting voor natuuronderzoek minder geschikt en blijven hier buiten beschouwing.
Een groot probleem bij de aanschaf van nachtzicht-apparatuur
is het feit dat je ze overdag niet in de winkel kunt testen. Maar ook 's avonds
krijg je in een verlichte stad geen goede indruk van de prestaties. De meeste
leveranciers staan de kijkers ongaarne aan vreemde klanten af zodat ze de instrumenten
niet in het veld kunnen beoordelen. Bovendien weet de aspirant koper vaak onvoldoende
van de materie om te kunnen beoordelen welke eisen hij mag stellen. Hopelijk
kan dit verslag enig houvast bieden.
Klik hier voor de afbeeldingen van de geteste instrumenten
Overzicht van de geteste instrumenten.
| Merk/Type | ZEISS 5.6x60N |
DEDAL 41 | AN PVS-2 |
Cyclop M1 |
Swarovski NC-2 |
Cybereye 3e Gen |
PROMIN PN-3 (aangepast) |
FERO 51 |
| Diam. Objectief (mm) | 60 | 65 | 80 | 70 | 62 | 49 | 68 | 60 |
| Vergroting | 5.6 | 3.1 | 3.6 | 2.0 | 3.0 | 3.0 | 2.4 | 6.0 |
| Lengte (mm) | 278 | 330 | 460 | 145 | 184 | 187 | 260 | 280 |
| Gewicht (gram) | 1080 | 1270 | 2600 | 1650 | 826 | 675 | 2250 | 2500 |
| Kleinste afstand (m) | 5.0 | 0.9 | 1.8 | 1.2 | 1.0 | 0.6 | 1.1 | 0.3 |
| Gezichtveld 100 m. (m) | 14 | 25 | ca. 18 | ca. 30 | 24 | 19.7 | ca. 30 | 11.7 |
| Openingshoek ( ° ) | 8.0 | 14.3 | ca. 10.3 | ca. 17 | 13.7 | 11.3 | ca. 17 | 6.7 |
| Gezichtshoek ( ° ) | 43 | 42.4 | ca. 34 | ca. 33 | 39.6 | 32.9 | ca. 33 | 38.7 |
| Voeding (batterij/type) | 2 x AA | 2 x AA | 4 x AA | 1 x 9 Volt | 2 x AA | 1 x CR123 | 8 x AA | 1 x C |
| Lensvatting | n.v.t. | P - mount | n.v.t. | n.v.t. | C - mount | C - mount | n.v.t. | n.v.t. |
| Oculaircorrectie (dioptr.) | +2 -2 | +1 -1 | +4 -4 | +5 -4 | +5 -5 | +5 -5 | +6 -6 | +5 -5 |
| Generatie | 2+ | 2 | 3 x 1 | 1 | 2 | 3 | 0 | 0 |
| Diam. fluorscherm (mm) | 25 | 25 | 18 | 18 | 18 | 20 | 30 | |
| Prijs (€ ) | 4825.= | 1945.= | - | - | 4900.= | 5820.= | - | - |
| Statiefaansluiting | + | + | + | - | + | + | - | - |
| ABC | + | + | - | - | + | + | n.v.t. | n.v.t. |
| HLC | + | + | + | + | + | - | + | + |
| Handmat. Lichtregeling | - | + | - | - | - | - | n.v.t. | n.v.t. |
| Indicatie batterijsp | - | - | - | - | + | + | - | - |
| IR-(bij)verlichting | - | + | - | + | + | + | + | + |
| Verwisselb. Objectieven | - | + | - | - | + | + | - | - |
| Aansluiting camera | - | + | + | - | + | + | - | - |
| Automatische afslag | + | - | - | + | + | - | + | + |
| Vertekening | 3 | 3 | 1 | 2 | 5 | 5 | 3 | 4 |
| Randscherpte | 5 | 5 | 1 | 1 | 5 | 5 | 1 | 2 |
| Geschikt v. brildragers | 5 | 1 - 5 | 5 | 5 | 5 | 3 | 2 | |
| Stof-en waterdichtheid | 4 | 3 | 5 | 1 | 4 | 4 | 1 | 4 |
| Scherpstelling | 5 | 2 | 1 | 4 | 4 | 3 | 4 | 4 |
| Cijferwaardering | 1 = slecht 2 = matig 3 = redelijk 4 = goed 5 = uitstekend | |||||||
ZEISS 5.6 x 60 N
Een Duitse restlichtversterker van de generatie twee plus met
een 5.6-voudige vergroting.
Dit instrument is bedoeld voor civiele toepassing zodat aan schokvastheid en
waterdichtheid minder hoge eisen worden gesteld. De vorm van de kijker lijkt
op die van de monoculaire stabilisatiekijker, is voorzien van een prettig aanvoelende
kunststof bekleding en heeft een prima handligging. Aan de kijker is een draagriem
te bevestigen die gebruik maakt van de statiefaansluiting. Er is geen mogelijkheid
een bijverlichting te bevestigen en evenmin een aansluitmogelijkheid voor een
camera..
De kijker wordt gevoed door twee 1.5 volts batterijen van het AA-formaat. Deze
zitten verborgen achter de rubber voorzijde van de kijker. Het verwijderen en
vooral het aanbrengen kost nogal wat moeite, en dat moet toch eenvoudiger kunnen.
Het objectief is afgesloten met een plastic dekseltje dat is voorzien van twee
gaatjes zodat je ook overdag kunt zien of de batterij nog werkt. In het donker
is dit beschermkapje moeilijk aan te brengen, ook daarvoor moet een eenvoudiger
constructie zijn te bedenken. Gelukkig is Zeiss afgestapt van de omstulpbare
rubber oculair ringen. Thans kan deze ring door niet-brildragers worden uitgetrokken
maar klikt dan niet in. Zodra je de kijker tegen het hoofd drukt schuift de
ring langzaam terug.
De scherpstelling geschiedt door middel van een gemakkelijk lopende instelschroef
boven op de kijker die max. 1¼ omwenteling maakt.
Erg fijn is ook dat het hoogspanningsgedeelte van de kijker geen piepend geluid
maakt zoals dat bij sommige andere instrumenten het geval is.
De automatische helderheidsregeling (ABC) en de bescherming tegen hoog lichtniveau
(HLC) werken prima. De totale beeldkwaliteit is beter dan die van b.v. de AN/PVS-2
met drietraps versterking, hoewel de beeldscherpte van de laatste nog onovertroffen
is. De kijker vertoont weinig vertekening en heeft een voortreffelijke randscherpte.
De adviesprijs bedraagt € 4825.= incl. tas. De garantietermijn bedraagt
vijf jaren.
Resumerend kunnen we stellen dat het een zeer geslaagd ontwerp betreft met heel goede beeldkwaliteit en handligging. De kijker beschikt over de meest noodzakelijke mogelijkheden zonder de aanwezigheid van allerhande "toeters en bellen". Voor natuuronderzoek is de kijker heel geschikt hoewel een optionele (nauwelijks zichtbare) bijverlichting zoals bij de Swarovski NC-2 echter zeer welkom zou zijn.
DEDAL 41
Een Russische restlichtversterker van de tweede generatie met
een 3.1-voudige vergroting.
Het is een kijker met veel mogelijkheden. Zo is er een camera-aansluiting en
de mogelijkheid tot wisseling van het objectief. Geleverd worden verschillende
objectieven. Het door mij geteste exemplaar had een objectief van 65 mm. diameter.
Ook is het instrument eenvoudig om te bouwen tot een binoculaire kijker. Verder
is het mogelijk een optionele bijverlichting te bevestigen die echter als een
fietsachterlicht zichtbaar is. Met deze, niet in hoogte verstelbare verlichting
is een reflecterende kentekenplaat nog op ca. 60 m. afstand afleesbaar. Tot
ca. 5 kwartieren na zonsondergang geeft de kijker een goed beeld maar daarna
wordt de prestatie snel minder (afb. 05). Er is een statiefaansluiting, maar
op het statief geplaatst is de verlichtingsknop niet goed meer bereikbaar. De
kijker is verder voorzien van ABC en HLC. De helderheid van het beeldscherm
kan ook, als enige van de hier geteste instrumenten, met de hand worden ingesteld.
Het oculair is maar zeer beperkt instelbaar voor waarnemers met oogafwijkingen.
Zonder de rubber oculair ringen is het zeer geschikt voor brildragers en dan
bestaat ook de mogelijkheid een camera achter de kijker te plaatsen. Merkwaardig
dat de kijker niet is voorzien van draagogen waar een riem aan is te bevestigen.
De adviesprijs bedraagt € 1945.= en de garantietermijn is één
jaar.
Het is een kijker met heel veel mogelijkheden en een redelijk goede beeldkwaliteit die dank zij de bijverlichting ook bij volslagen duisternis nog bruikbaar is. Is dan echter wegens de zichtbare lichtbron niet geschikt voor opsporingswerk of voor het bestuderen van schuwe nachtdieren. Voor een versterker van de tweede generatie is het instrument gunstig geprijsd.
AN / PVS-2
Een restlichtversterker uit de U.S.A. van
de eerste generatie met een drietraps versterking en een 3.6-voudige vergroting.
Het lichtsterke spiegelobjectief heeft een diameter van 80 mm.
De kijker is bedoeld om op een wapen te worden gemonteerd en zou in de golfoorlog
nog zijn gebruikt. Aan schokbestendigheid en waterdichtheid worden daarom hoge
eisen gesteld. Het is een zware en robuuste kijker die tegen een stootje kan.
Dat heeft ook z'n nadelen want door gewicht en omvang is de kijker vrij onhandelbaar
zodat een éénbeen-statief dan ook zeer is aan te bevelen. Er zit
aan de onderzijde schroefdraad waar men een zelfgemaakte handgreep aan kan bevestigen.
De scherpstelling geschiedt door het draaien van het objectief en dat is een
moeizame langdurige zaak. De voeding bestaat uit een speciale 6.5 Volts batterij
of uit een zelfgemaakte houder met 4 stuks AA batterijen van 1.5 Volt. Het hoogspanningsgedeelte
geeft na het aanzetten een duidelijke hoge pieptoon die schuwe dieren zou kunnen
afschrikken.
Het oculair wordt afgesloten door een speciale rubberconstructie die zich opent
zodra het oog er tegen wordt gedrukt. Brildragers moeten dat rubbergeval dus
verwijderen, waardoor overigens een schroefdraad (46 mm.) zichtbaar wordt waarop,
via een zelf te maken koppelstuk, een camera is aan te sluiten.
Het objectief wordt eveneens door een rubberdop afgesloten waarin echter een
grijsfilter is opgenomen zodat de kijker ook overdag is te gebruiken ( b.v.
om te zien of de batterij nog werkt).
Deze kijker is niet voorzien van een automatische helderheidsregeling (ABC)
zodat het beeld in de schemering steeds donkerder wordt. De HLC werkt echter
goed maar in het centrum van het beeldveld treedt soms hinderlijke scintillatie
op alsof er vele sterren staan te flonkeren.
De koe in afbeelding
09 was op een afstand van ca. 50 m. met het blote oog niet zichtbaar en
werd met deze kijker opgenomen waarachter de digitale camera Olympus E-20 was
bevestigd. De fictieve brandpuntsafstand, omgerekend naar kleinbeeld, bedroeg
ca. 500 mm.
De prijs van gebruikte kijkers zal variëren tussen € 1000.= en € 1500.=, afhankelijk van de leverancier, die ook een eventuele garantietermijn bepaalt.
Nadelen van de drietrapsversterking zijn de enorme vertekening, de lichtafval naar de randen en de geringe randscherpte (afbeelding 03) . Een verder nadeel is het lange nalichten op het beeldscherm van puntvormige lichtbronnen als b.v. straatlantaarns (afbeelding 10) . De grote pluspunten van deze kijker zijn echter de relatief hoge resolutie in het beeldcentrum en de mogelijkheid een camera aan te sluiten. De kijker is (eventueel op statief geplaatst) goed te gebruiken voor natuurstudie aan dieren die niet voor de pieptoon terugschrikken.
CYCLOP M1
Een Russische restlichtversterker van de eerste generatie
met een 2-voudige vergroting.
Een compacte kijker met een lichtsterk objectief ( 85 mm / f 1.2 ). De beeldscherpte
is in het midden best goed maar loopt naar de randen sterk terug. Aan de kijker
is door middel van een statiefaansluiting ook een handgreep te bevestigen waarin
een laserdiode is aangebracht. De lichtbundel daarvan is zeer nauw te stellen
zodat je tot ca. 50 m. nog kunt waarnemen. Alleen een klein vlakje in het centrum
van het beeldveld wordt dan uitgelicht. De lichtbron is zeer zichtbaar en bovendien
schijnt deze niet ongevaarlijk te zijn voor de ogen. De vergroting en de versterkingsfactor
van deze versterker zijn onvoldoende waardoor de kijker voor natuuronderzoek
ongeschikt is. Afbeelding
05 laat zien dat tot ruim een uur na zonsondergang met een gewone verrekijker
meer detail is waar te nemen.
SWAROVSKI NC-2
Een Oostenrijkste restlichtversterker van
de tweede generatie met een drievoudige vergroting. Het is een zeer compact
gebouwde kijker met een aangenaam aanvoelende kunststof bekleding. Het instrument
is voorzien van 3/8 " statiefdraad. Er wordt een riem geleverd die aan
de statiefmoer is te bevestigen zodat de kijker ook om de nek is te dragen Jammer
dat er geen draagogen voorhanden zijn zodat het instrument niet eenvoudig met
een riem om de nek kan worden gedragen. Er zijn twee verschillende objectieven
leverbaar die d.m.v. een C-mount aan de kijker worden bevestigd. Een 25 mm.
objectief dat voor een enkelvoudige vergroting zorgt en het hier geteste 75
mm. objectief dat een drievoudige vergroting geeft. De kijker is goed stof-
en waterdicht en wordt gevoed met twee AA-batterijen van 1.5 volt waarbij een
indicatie aanwezig is voor een te lage batterijspanning. Prettig is verder de
ingebouwde IR-verlichting die alleen op zeer korte afstand (ca. 2 m.) zichtbaar
is en het waarnemen in volledige duisternis tot ca. 20 m. mogelijk maakt. Een
reflecterende kentekenplaat is op 50 m. afstand nog te lezen. De kijker beschikt
verder nog over ABC, HLC en een automatische uitschakeling na ca. 3 minuten
om de batterijen te sparen. Het objectief is te diafragmeren zodat het instrument
ook bij wat hogere lichtintensiteit is te gebruiken. Opvallend is de kleine
afstand van ca. 1 m. waarbij je nog scherp kunt waarnemen.
Het oculair, dat geschikt is voor brildragers, werd van de ouderwetse omstulpbare
rubber ringen voorzien en heeft ruime correctiemogelijkheden. Heel fijn is ook
de verkrijgbaarheid van een adapter waarmee het fotograferen door de kijker
mogelijk wordt. De adapter is snel met een enkele beweging op het oculair te
schuiven en wordt met één schroef vastgezet, en zo hoort het ook.
Helaas heb ik deze camera-adapter niet kunnen testen.
De lichtversterking en beeldscherpte komen vrijwel overeen met die van de Dedal
41 (afbeelding
05) . De beeldversterker is echter ook gevoelig voor het wat diepere infrarood
en dat is een groot pluspunt. Ik heb de kijker beproefd met een echte, onzichtbare
IR-schijnwerper (van de Fero 51) waardoor het bereik in zeer donkere omgeving
aanzienlijk toeneemt (zie daarvoor de grafieken E en F in afb. 06.) Hiermee
ontstaat een mooie IR-kijker waarbij, afhankelijk van de gebruikte schijnwerper,
het gedrag van dieren ter grootte van een haas nog op 50-70 m. goed is te observeren.
Eigenlijk zou Swarovski ook een IR-schijnwerper van wat grotere capaciteit moeten
leveren (desnoods met een externe accu) waardoor het instrument als IR-kijker
nóg universeler toepasbaar zou zijn. Het objectief is voorzien van 58
mm. filterdraad waarin ook voorzetlenzen zijn aan te brengen. Proeven met een
1.5x tele voorzetlens gaven een nog hogere resolutie te zien zonder dat dit
ten koste ging van de lichtopbrengst.
De adviesprijs bedraagt € 4900.= en de garantietermijn is 1 jaar.
We kunnen concluderen dat het ontwerp van deze restlichtversterker
erg goed is doordacht. Het instrument heeft zeer veel mogelijkheden waarbij
de IR-verlichting en het kunnen aansluiten van een camera belangrijke pluspunten
zijn. De uitbreidingsmogelijkheden van dit instrument zijn eigenlijk nog groter
dan in de Swarovski-documentatie is aangegeven.
Voor natuuronderzoek en opsporingsdoeleinden op niet al te grote afstand is
deze kijker goed bruikbaar, mede door de beschikbaarheid van de onzichtbare
IR-verlichting. Met een additionele IR-schijnwerper en/of een tele-voorzetlens
zou het bereik nog aanzienlijk kunnen worden vergroot.
CYBER EYE
Een uit de U.S.A. afkomstige restlichtversterker
van de tweede en derde generatie. Het betreft een compacte kijker met verwisselbare
objectieven. Leverbaar zijn een 25 mm. objectief met enkelvoudige vergroting
en het hier geteste 75 mm. exemplaar dat driemaal vergroot. De bevestiging aan
het kijkerhuis geschiedt d.m.v. een C-mount. Verder is er een ¼ "
statiefaansluiting en ook is een optionele IR-verlichting leverbaar, waarmee
mijn testexemplaar helaas niet was uitgerust. Verder schijnt er een camera-adapter
te bestaan waarover ik evenmin de beschikking had. De Cyber Eye heeft een goed
werkende ABC maar mist helaas de HLC en de automatische uitschakeling. Ook is
er geen handmatige helderheidsregeling. Het oculair is geschikt voor brildragers
en heeft ruime correctiemogelijkheden. Een drievolts batterij (CR 123 A) zorgt
voor de voeding waarbij een indicatieled waarschuwt voor een te lage spanning.
Er zijn drie versterkerbuizen leverbaar die ik alle heb kunnen testen en waarvan
de resultaten in afbeelding 05 zijn opgenomen.
Een tweede generatie met een beeldresolutie van 34 lijnen / mm. dat qua prestaties
maar weinig onder doet voor de derde generatie met 36 L / mm. De laatste geeft
het minst ruis maar het beeldscherm licht wel enige tijd na bij puntvormige
lichtbronnen.
De beste resultaten zien we bij de derde generatie met 45 L / mm. hetgeen echter
ook de duurste versterker is. Alle drie versterkers vertonen een halo-effect
rond puntvormige lichtbronnen. Dit zien we bij de meeste versterkers van deze
generaties. Het is in het veld niet hinderlijk omdat deze lichtbronnen daar
niet voor (horen te) komen.
Jammer dat er geen 150 mm. objectief leverbaar is omdat naar verwachting het
duurste exemplaar daarmee wellicht de hoogste resolutie zou halen van deze testserie.
Overigens zijn niet alle foto-objectieven hiervoor geschikt wegens de matige
lichtdoorlatendheid van golflengten in het IR-gebied.
De volgende adviesprijzen gelden voor de kijkers met het 75 mm. objectief.
Tweede generatie: € 2000.= Derde gen. (36 L/mm): € 4070.= Derde gen.
(45 L/mm): € 5820.=
De garantietermijn bedraagt twee jaren.
Resumerend kunnen we zeggen dat de drie versterkers goed voor veldwerk zijn te gebruiken waarbij ik de IR-verlichting dus niet heb kunnen beoordelen. De derde generatie met 45 L/mm geeft de beste prestaties maar heeft ook een stevige prijs.
PROMIN PN-3
Een uit de Oekraine afkomstige infrarood
kijker met een 1.2-voudige vergroting. Deze kijker werd na de val van "de
muur" in aanzienlijke aantallen in ons land aangeboden, vooral door Poolse
handelaren op rommelmarkten e.d. De kijker is vervaardigd van licht metaal en
is voorzien van een IR-led waarvan de lichtstraal door een lenzenstelsel gebundeld
kan worden. De lichtopbrengst en het bereik daarvan zijn vrij gering. In de
handgreep is een batterijhouder geplaatst waarin acht AA-batterijen van 1.5
volt zijn ondergebracht. De kwaliteit van de kijker is matig. Bij "Westerse"
apparatuur is b.v. het
hoogspanningsgedeelte geheel opgenomen in, en afgeschermd door, een metalen
huls terwijl bij de Russische kijkers dit allemaal los op een printje staat.
De waterdichtheid laat ook zeer te wensen over.
Vergroting en lichtopbrengst zijn te gering om er serieus veldonderzoek mee
te kunnen verrichten. Gelukkig is de kijker aan te passen zodat je er iets aan
kunt hebben. Voor het objectief plaatsen we dan een 2x vergrotend video-objectief
waardoor de vergroting toeneemt tot 2.4x. Het "Hama Video-Objektiv HR 2
"met een diameter van 68 mm. is hiervoor zeer geschikt waarbij de lichtsterkte
vrijwel ongewijzigd blijft. Om een grotere lichtopbrengst te verkrijgen plaatsen
we een autoschijnwerper met daarvoor een IR-filter op de kijker. Deze wordt
gevoed uit een 12 volt accu van ca. 10 Ah. Het filter is verkrijgbaar (soms
moeilijk) bij dumpzaken voor militaire elektronica in ons land of in Duitsland.
Met deze toevoegingen zijn nachtdieren ter grootte van een Vos op ca. 40 m.
afstand goed te observeren. Een kentekenplaat is op 50 m. nog af te lezen.
De kijker wordt aangeboden voor ca. € 100.= terwijl we ca. € 250.=
moeten rekenen voor de aanpassing zodat we voor ca. € 350.= een redelijk
bruikbare infraroodkijker hebben.
De kijker heeft echter geen "Westerse" kwaliteit en garantie wordt
er niet op gegeven.
Bij gebreken zijn er nauwelijks adressen te vinden die de apparatuur kunnen
of willen repareren.
Met de aangepaste PROMIN PN-3 hebben we een relatief goedkope en redelijk bruikbare oplossing die we voor natuurstudie op niet te grote afstand goed kunnen gebruiken. De matige kwaliteit blijft echter een probleem.
Fero 51
Omstreeks 1968 ontstond uit de samenwerking
van AEG-Telefunken, Oude Delft, Eltro en Zeiss een ontwerp voor een infraroodkijker,
bestemd voor de Duitse Bundeswehr.
Omdat actieve nachtkijkers steeds minder interessant worden voor militaire toepassing,
is de Bundeswehr enkele jaren geleden begonnen met het afstoten van deze apparatuur.
Thans is de kijker, ook aangeduid als type IRH6ML, verkrijgbaar in sommige dumpzaken
voor militaire elektronica.
De kijker is spatwaterdicht en geheel in groen rubber gevat. Het betreft een
binoculair systeem met slechts één objectief en één
convertorbuis. Daardoor ontstaat geen stereoscopische diepte-indruk zoals bij
een verrekijker. Het door Zeiss ontwikkelde optisch gedeelte is geheel op de
golflengte van het IR-licht afgestemd. De oculairafstand is instelbaar van 58
tot 72 mm. Beide oculairs hebben een instelbereik van plus of min 5 dioptrieën.
Ze moeten door de gebruiker éénmalig op zijn ogen worden ingesteld.
De scherpstelling geschiedt door draaien van het objectief. Verder zijn de oculairs
voorzien van rubber oogschelpen die ook de zijkanten afdekken. Er bestaat dus
nauwelijks luchtcirculatie en bij lage temperaturen condenseert de vochtige
lucht, afkomstig van het oog, onmiddellijk op het glasoppervlak. De oogschelpen
zijn niet omstulpbaar zodat de kijker voor brildragers maar beperkt bruikbaar
is. Helaas is de kijker er niet op ingericht om er een foto- of videocamera
achter te bevestigen. Om vochtvorming in het apparaat te voorkomen is een droogpatroon
aangebracht waarvan het venstertje een blauwe kleur dient te hebben. Zodra de
kleur verandert naar roze moet de patroon worden geregenereerd bij 80° in
een bakoven, en vooral niet in de magnetron omdat er metaal in zit.
Het grootste nadeel is het aanzienlijke gewicht dat je mee moet torsen. Kijker
en schijnwerper wegen samen ca. 2.5 kg. en voor de batterijhouder komt daar
nog eens hetzelfde gewicht bij. Ik mis op het kijkerhuis dan ook een statiefaansluiting
om bijvoorbeeld een éénbeen-statief te kunnen bevestigen.
De door AEG-Telefunken ontwikkelde beeldconvertor heeft een diameter van 30
mm. waarvan alleen het centrum wordt gebruikt. Mede door de vrij hoge resolutie
van 60 lijnenparen/mm. ontstaat een scherp, bijna vertekeningsvrij beeld. De
randscherpte is desondanks echter matig. De stroomvoorziening wordt verzorgd
door een C-cell batterij van 1.5 volt. waarmee je ongeveer 100 uur kunt waarnemen.
Op het kijkerhuis zijn twee parallel geschakelde knoppen aangebracht die je
enkele seconden moet indrukken om voldoende hoogspanning voor de convertorbuis
op te bouwen. Als de beeldhelderheid na ongeveer 30 sec. vermindert, moet één
van de knoppen weer even worden ingedrukt.
De door Oude Delft ontwikkelde schijnwerper is d.m.v. een snelkoppeling op het
kijkerhuis bevestigd. Hij wordt aangezet door het indrukken van een pal of,
bij een ander type, door het omzetten van een schakelaar. Vóór
de schijnwerper zit een IR-filter met een diameter van 150 mm. Dit is ter bescherming
door een klep af te dekken. Het uitgestraalde infrarode licht is absoluut onzichtbaar,
ook al kijk je recht in de schijnwerper. Er worden speciale lampen toegepast
(5.5 V - 35 W) waarvan de gloeispiraal zich automatisch in het brandpunt van
de parabolische reflector bevindt. Het verdient aanbeveling bij aankoop een
aantal reservelampen aan te schaffen daar deze nergens anders zijn te verkrijgen.
De lamp wordt gevoed door 8 stuks D-cell batterijen of 10 oplaadbare NiCad-cellen.
De batterijtas kan aan de gordel worden gedragen en is d.m.v. een vrij stugge
kabel met de schijnwerper verbonden. Ook is de schijnwerper goed te voeden uit
een 6 volt accu van ca. 10 Ah.
Door de sterk gerichte lichtbundel neemt de lichtopbrengst (en daarmee de resolutie)
over 100 m. afstand bijna rechtlijnig af (afbeelding
06) .
Het bereik is afhankelijk van het te observeren object. Het plezierigst kijk
je op afstanden tot ca. 50 m., maar ook op 100 m. zijn dieren ter grootte van
een haas goed te observeren. Op 200 m. zijn activiteiten van de mens of van
grotere dieren nog waar te nemen. Reflecterende nummerplaten zijn op 100 m.
afstand nog te lezen.
Wegens de voor nachtkijkers vrij sterke zesvoudige vergroting is het gezichtsveld
slechts 6.7 graden. Hiervan wordt alleen het centrum (2.5°) door de schijnwerper
uitgelicht. Het is dus een instrument om op afstand mee waar te nemen en ongeschikt
om je weg mee in het donker te kunnen vinden. Het binoculair waarnemen heeft
verder het nadeel dat beide ogen gelijktijdig worden verblind. Veel gebruikers
dekken één oculair af en kijken dus monoculair. Het niet verblinde
oog gebruikt men dan om zich in het donker te kunnen voortbewegen.
Zoals bij veel nachtzichtapparatuur blijft het de vraag hoelang deze kijker
nog geleverd kan worden. Reserve onderdelen zouden nog in ruime mate aanwezig
zijn.
De prijs van de complete set, in glasfiber koffer, varieert tussen € 800.=
en € 1200.= afhankelijk van de staat waarin het geheel zich bevindt en
van de garantie en service die de verkoper daarop geeft.
Het is één van de beste infraroodkijkers die ik heb gezien. De vrij sterke vergroting, gecombineerd met een goede convertorbuis zorgen voor een resolutie die door de meeste restlichtversterkers niet wordt gehaald. Het grote nadeel van deze apparatuur is de grote omvang en het aanzienlijke gewicht dat je in het veld mee moet torsen.
Wie zich nader wil informeren kan op het internet wel wat vinden zodat men daar
de nodige kennis bij elkaar kan sprokkelen. Verder kan ik nog aanbevelen (hoewel
ik het niet op alle punten met de schrijver eens ben) het boek van M.A. Turewicz
- "Nachtsichtgeräte richtig anwenden" - ISBN-3-00-001452-7
Tenslotte ben ik veel dank verschuldigd aan de importeurs van de ZEISS- en SWAROVSKI-kijkers en Foto van Heek voor de verleende medewerking en verder aan Gero Trading te Enschede die de DEDAL- en CYBEREYE-kijkers welwillend voor een test af stond.
Voor vragen en opmerkingen betreffende nachtkijkers ben ik per
e-mail bereikbaar: elsjanmDITNIET@xs4all.nl (I.v.m. spam dient U in dit adres "DITNIET" te verwijderen).
J.A. Meijerink